Pleidooi voor het ondersteunen en bevorderen van het gebruik van Creative Commons vanuit het Nederlands internationaal cultuurbeleid

Dit is een pleidooi om binnen het Nederlands internationaal cultuurbeleid (ICB) een speerpunt te maken van het ondersteunen en bevorderen van het gebruik van zogenaamde Creative Commons (CC) licenties in andere landen. Via een CC-licentie bepaalt een auteursrechthebbende in welke mate zijn of haar werk verder verspreid mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag. Creative Commons zijn ontwikkeld door Stanford professor Lawrence Lessig.1 Hij vond het vreemd dat sommige bedrijven voor het ontwikkelen van een cultureel product leentjebuur spelen, maar via copyrights gebruikers ervan verbieden hetzelfde te doen.2 Hierop anticiperend bedacht hij gebruiksvergunningen die aan iedereen de vrijheid geven om op een flexibele manier met auteursrechten van bijvoorbeeld literatuur, fotografie, muziek, film en wetenschappelijk werk om te gaan. Er zijn verschillende CC-licenties die anderen toestemming bieden om een werk te verspreiden, te delen en/of te bewerken.

In 2004 werden door Stichting Nederland Kennisland in samenwerking met het Amsterdamse internetcentrum De Waag Society de Nederlandse versies van de Amerikaanse licenties gepresenteerd. Deze waren vertaald door het Instituut voor Informatierecht (IVIR) van de Universiteit van Amsterdam en aangepast aan het Nederlands Recht.3

Nederlands internationaal cultuurbeleid en de misleidende focus op creatieve industrie

De verantwoordelijkheid voor het ICB wordt sinds 1997 gedeeld door het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) samen met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).4 Het huidig Nederlands internationaal cultuurbeleid is instrumenteel en gebruikt kunst en cultuur voornamelijk voor de versterking van het Nederlands economisch belang. Dit is, volgens Rosenthals en Zijlstra’s kamerbrief Visie op internationaal cultuurbeleid van 24 april 2012, ‘[…] voor het eerst expliciet als doel van het internationaal cultuurbeleid geformuleerd, in lijn met het algemene kabinetsbeleid.’5 Het ICB is daarbij sterk gefocust op creatieve industrie, welke één van de vier beleidsspeerpunten is naast geografisch, bilaterale jaren en gemeenschappelijk cultureel erfgoed.6 Het begrip creatieve industrie staat als verzamelnaam voor individuele beroepen en bedrijfstypen gericht op de economische ontplooiing van kunstzinnigheid en intellectueel eigendom.7

Afgezien van het feit dat cultureel erfgoed officieel onder de classificatie Arts valt die één van de vier van classificaties vormt van creatieve industrie, is het gebruik van dit begrip in het ICB tamelijk misleidend.8 Want het blijkt dat hiermee eigenlijk maar één van de andere classificaties van creatieve industrie wordt bedoeld: Creative Business Services (CBS), ofwel creatieve zakelijke dienstverlening. Zulke services bestaan hoofdzakelijk uit technical design and advertising. Het ICB bouwt daarbij volgens de kamerbrief van 24 april 2012 voort op het programma Dutch Design, Fashion and Architecture (DDFA). Dit DDFA-programma heeft betrekking op de economisch meest rendabele cultuuruitingen: architectuur, mode, gaming, design, reclame en nieuwe media. In tegenstelling tot de DDFA-ontwerpsectoren kennen bijvoorbeeld podiumkunsten, scheppende kunst, musea en monumentenzorg —die onder de classificatie Arts van creatieve industrie vallen— meestal geen sterk verdienmodel. Zo kost het onderhoud van een monument in de regel vaak meer dan dat het financieel oplevert. Het achterliggende motief om in creatieve industrie (lees: voornamelijk CBS) te investeren is de hoop dat deze allerlei nieuwe spin-offs tot gevolg heeft die van zichzelf rendabel gaan zijn. Op die manier zou creatieve industrie idealiter na verloop van tijd geen overheidssteun meer behoeven.

Creatieve industrie is daarom bestempeld als één van de negen topsectoren waar de Nederlandse overheid zich op richt.9 In zogenaamde topteams hebben ondernemers, wetenschappers en de overheid gezamenlijk aan adviezen gewerkt waarin zij aangeven met welke maatregelen Nederlandse sectoren kunnen blijven concurreren op de wereldmarkt. Over de maatregelen binnen de topsector creatieve industrie bestaat echter nog wel onduidelijkheid, zo staat in de kamerbrief van 24 april 2012: ‘[…] op welke markten de focus komt te liggen en welke activiteiten daarbij horen zal binnenkort worden bepaald, mede op basis van de Internationaliseringsagenda van het Topteam creatieve industrie.’10

Maar voordat de auteurs van de kamerbrief, toenmalig minister Uri Rosenthal van BZ en toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra van OCW, hierover meer duidelijkheid hebben kunnen geven, viel hun kabinet. Op 5 november 2012 zijn nieuwe bewindslieden aan het roer van het internationaal cultuurbeleid gekomen: Minister Frans Timmermans en staatssecretaris Sander Dekker. Zij hebben zich echter nog niet uitgesproken over de specifieke marktfocus en bijhorende activiteiten. Ik hoop daarom te kunnen overtuigen dat binnen het speerpunt creatieve industrie mede de nadruk zou moeten gaan liggen op het ondersteunen en bevorderen van het gebruik van Creative Commons-licenties.

Topsectorenbeleid achterhaald door het opgesplitst productieproces

Alvorens argumenten aan te dragen voor het promoten van het gebruik van Creative Commons vanuit het ICB, wil ik stil staan bij de discussie rond het nut van een topsectorenbeleid an sich. Economen Harry Garretsen en Steven Brakman stellen in ‘Het misleidende denken in top- en flopsectoren’ in Me Judice (4 december 2012) dat een sectorale aanpak van de economie in een geglobaliseerde wereld onzinnig is. De kern van hun betoog wordt door rector magnificus Dymph van den Boom van de Universiteit van Amsterdam herhaald in haar Diesrede van 2013.11 Hieraan refereert eveneens financieel geograaf en journalist Ewald Engelen op de website Follow The Money.12 Daarnaast komen ook twee bestuursleden van de Jonge Democraten hierop terug in hun opiniestuk in NRC Handelsblad.13

Garretsen en Brakman leggen uit dat onderdelen van het productieproces tegenwoordig door allerlei ICT-ontwikkelingen zijn gesplitst in steeds kleinere fasen.14 Hierdoor worden veel onderdelen opgeknipt en verplaatst naar landen met lagere lonen: offshore outsourcing. Deze onderdelen zijn bijvoorbeeld non-core zakenactiviteiten als database processing, document handling, ICT-helpdesk activities, enzovoorts.15 Dit heeft tot gevolg dat menig onderdeel niet meer sector-specifiek is, maar gebundeld voor verschillende sectoren tegelijkertijd wordt ingezet. In Nederland zit de winst en toegevoegde waarde met betrekking tot het productieproces voornamelijk in zowel de eerste fasen, ontwerp en ontwikkeling, als ook in de laatste fasen, verkoop en marketing. Deze fasen vallen samen met de kern van CBS namelijk: technical design and advertising. Doordat deze productiefasen verschillende sectoren overlappen heeft Nederlandgeen concurrentievoordeel meer in een gehele sector. Zodoende is een beleid dat is toegespitst op topsectoren tegen het licht van de moderne wereldeconomie achterhaald.

Creative Commons als het betere alternatief

Vanuit het ICB vormt het promoten van het gebruik van Creative Commons het betere alternatief. Ten eerste wordt met een focus op CC-licenties niet voor specifieke ontwerpsectoren binnen CBS gekozen, maar voor een middel. Zodoende is bijvoorbeeld te omzeilen dat overheidssteun kan worden weggezet als redundant met de reden dat het gesteunde zelf al geld opbrengt.17 Creative Commons zijn immers van nature niet winstmakend. Het blijkt dat CC-licenties desondanks zeer goed van pas komen bij de eerste fasen van het productieproces waarin Nederland sterke economische belangen heeft: ontwerp en ontwikkeling. Bijvoorbeeld in de hoek van multimediadesign is vanuit Nederlands initiatief het softwareprogramma voor 3D animatie ‘Blender’ onder CC-licenties vrijgegeven. Hierdoor hebben kleine bedrijven, zzp-ers in Nederland en over de hele wereld de mogelijkheid gekregen om dit softwareprogramma aan te passen en verbeteringen door te voeren.18

Ten tweede sluit een focus op Creative Commons perfect aan op één van de vier doelen van het ICB: culturele diplomatie.19 In de kamerbrief van 24 april 2012 wordt culturele diplomatie omschreven als een vorm van moderne diplomatie waarbij het voor de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland van belang is om in contact te zijn met buitenlandse cultuurdragers van dit moment: ‘Ofwel: tweerichtingsverkeer tussen cultuur en diplomatie. Bloggers, filmmakers, schrijvers en andere cultuurmakers behoren vaak tot de voorhoede van maatschappelijke trends.’Hiermee heeft de Nederlandse culturele diplomatie hetzelfde instrumentele doel als dat van de Europese Unie. Deze is niet zozeer gericht op het enkel het creëren van kunst of literatuur, maar in toenemende mate eerder op het promoten van liberale democratische waarden en het bevorderen van participatie 2.0.

Dit klinkt nobel maar volgens publicist Bas Heijne zijn deze waarden van culturele diplomatie langzaam maar zeker uitgehold, omdat kunst en cultuur  niet meer worden ingezet ‘[…] als middel om discussie los te maken, dilemma’s te tonen en ambivalenties aan het licht te brengen. Laat staan om kritiek uit te oefenen. Het is een economisch instrument. En verder moet het gezellig blijven.’21 Een focus op Creative Commons kan deze negatieve trend tegen gaan. Want juist CC-licenties stellen bloggers, filmmakers, schrijvers en kunstenaars in staat om een meer pluriforme beeldvorming en een open samenleving te bewerkstelligen.

Begin 2009 hadden bijvoorbeeld westerse media aanvankelijk geen beelden van gebeurtenissen in de Gazastrook vanwege beperkingen opgelegd door het Israëlisch leger. Deze media waren immers de toegang tot het gebied ontzegd. De helpende hand kwam op 13 januari 2009 van het onafhankelijk medianetwerk Al Jazeera, dat daar al een correspondent ter plekke had.22 Het gaf namelijk twaalf video’s van uitzendkwaliteit die in de Gazastrook waren geschoten onder de minst restrictieve CC-licenties vrij.23 Hierdoor gingen dus ook andere beelden van de Gazastrook circuleren in de media.

Ook in Syrië waar nog steeds een tekort aan genuanceerde nieuwsberichtgeving heerst worden Creative Commons aangewend. Zo zijn alle berichtgevingen van het initiatief Syria Deeply, een interactief nieuwsagentschap opgestart door een team van lokale journalisten en techneuten aangevoerd door reporter Lara Setrakian, volledig voor gebruik openbaar gemaakt.24 Verder maken ook Syrische kunstenaars veelvuldig gebruik van CC-licenties om op creatieve wijze weerstand te bieden aan hun desintegrerende samenleving.25 Via deze gebruiksvergunningen geven kunstenaars op internet hun materiaal vrij aan weer andere kunstenaars. Hierover zegt wetenschapper Donatella Della Ratta: ‘User-generated creativity has been a distinctive mark of the Syrian revolution. Syrian Artists have dared to challenge the official media discourse with innovative formats that blossomed on the internet, as much as the people have braved the streets despite daily violence.’26

Een ander voorbeeld waarbij CC-licenties zijn gebruikt ter bevordering van participatie en democratische waarden is het Wikipedia Art-project uit 2009 van de kunstenaars Scott Kildall en Nathaniel Stern. Dit kunstproject is ontstaan doordat Kildall en Stern het internetfenomeen Wikipedia als open source wilden gaan verkennen en als kunstplatform wilden gaan gebruiken.27 Op 14 februari 2009 hadden ze hiervoor een pagina op Wikipedia aangemaakt, waarbij de bedoeling was dat deze pagina zoals normaliter het geval bij Wikipedia door iedereen veranderd zou kunnen worden. Op die manier wilden de kunstenaars op een artistieke manier naar onzichtbare auteurs, autoriteiten en tal van andere zaken, zoals consensus, geloofwaardigheid, accuratesse, vandalisme en goedkeuring verwijzen, die allemaal betrekking hebben op de idee van open source.

Maar al snel werd een gedeelte van de Wikipedia-goegemeente dat geen enkel begrip voor dit project had boos, waardoor de kunstenaars zelfs de officiële Wikimedia Foundation achter zich aankregen. De pagina werd vervolgens vijftien uur na de lancering verwijderd. Kildall en Stern vochten de sluiting nog aan met een jurist gespecialiseerd in intellectueel eigendom, maar dat mocht niet baten.28 Desondanks is het project uiteindelijk toch gaan voortleven, omdat de kunstenaars in hetzelfde jaar nog door de Griekse curator Miltos Manetas werden uitgenodigd om hun project tentoon te stellen in het Internet Paviljoen van de 53ste Biënnale van Venetië.29 Speciaal hiervoor openden Kildall en Stern de Wikipedia Art Embassy, waarbij ze hun Wikipedia Art onder CC-licenties vrijgaven en kunstenaars opriepen om het project naar eigen inzicht te remixen.30 In gewijzigde vorm verscheen het project daarna ook op het Transmediale kunstfestival in Berlijn in 2011.31

Deze voorbeelden tonen aan dat het promoten van het gebruik van Creative Commons zeer relevant is voor het Nederlands internationaal cultuurbeleid, met name voor het beleidsdoel van de culturele diplomatie om liberale democratische waarden en participatie te bevorderen. Bovendien hoeven met de focus op CC-licenties geen concessies te worden gedaan ten aanzien van het beleidsspeerpunt creatieve industrie. Want officieel zijn kunstenaars en journalisten ingedeeld bij twee andere classificaties van creatieve industrie, respectievelijk: Arts, en Media and entertainment, waaronder film, radio, pers en het uitgeversbedrijf vallen. Met een focus op Creative Commons kunnen dus meer takken van creatieve industrie profiteren dan alleen CBS. 

Ofschoon het nog een nauwe samenwerking vergt tussen verschillende partners om de vertaling en aanpassing van Creative Commons op het recht in de prioriteitslanden van het ICB in goede banen te leiden, is het grote voordeel dat beroep kan worden gedaan op de matchmaking skills van diplomaten en cultureel attachés in het bijzonder.32   Beide zijn juist getraind om diverse partijen bij elkaar te brengen. Voor hen zou dit een mooie gelegenheid zijn om de interculturele dialoog te blijven kunnen voeren en versterken.

Ik ben van mening dat de investering in het promoten van het gebruik van CC-licenties zich zal gaan uitbetalen in allerlei culturele spin-offs, die zich bevinden in de economisch rendabele hoek van de DDFA-ontwerpsectoren en die daarnaast —misschien nog wel belangrijker— in moreel opzicht ook een bijdrage leveren aan de verspreiding van het vrije woord en beeld. Zodoende kan de Nederlandse overheid zonder haar koopmansgeest te verliezen met behulp van Creative Commons uiteindelijk nog beter haar geliefd imago in het buitenland uitdragen van culturele vrijhaven.

 

Noten

1          Lawrence Lessig, The Future of Ideas. The Fate of the Commons in a Connected World, New York 2001.

Vergelijk ook de website van de Creative Commons organisatie: http://creativecommons.org/about, geraadpleegd 4 januari 2013.

2          Lessig 2001, p. 11: ‘[…] The best evidence of this conflict is again Apple itself. For the very same machines that Apple sells to “rip, mix, [and] burn” music are programmed to make it impossible for ordinary users to “rip, mix, [and] burn” Hollywood’s movies. Try to “rip, mix, [and] burn” Disney’s 102 Dalmatians and it’s your computer that will get ripped, not the content. Software, or code, protects this content, and Apple’s machine protects this code. It may be your music, but it’s not your film. Film you can rip, mix, and burn only as Hollywood allows. It controls that creativity —it, and the law that backs it up.’

3          F. Kuitenbrouwer, ‘Internet zonder houdgreep’, NRC Handelsblad, 14 juni 2004.

4          Vergelijk: Anneke Slob (red.), De kunst van het internationaal cultuurbeleid. Evaluatie 1997-2000, Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB), Ministerie van Buitenlandse Zaken, Schiedam, december 2001, p. 1.

Vergelijk: H. Zijlstra, Meer dan Kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid, kamerbrief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Den Haag, 10 juni 2011, p. 5.

In bovenstaande kamerbrief staat op pagina 5: ‘De ministeries van OCW en BZ werken samen op het gebied van internationaal cultuurbeleid. Hierbij is sprake van een heldere taakverdeling. Het ministerie van BZ zou, zo stelt de Raad [voor Cultuur], de geografisch-strategische prioriteiten moeten bepalen, coördineert statelijke vieringen en manifestaties en stuurt de posten aan. De Raad beveelt de beschikking van OCW over een deel van de HGIS [Homogene Groep Internationale Samenwerking] gelden aan. Daarbij stuurt OCW de fondsen en sectorinstituten aan, is verantwoordelijk voor sectoraal cultuurbeleid en stelt via de culturele basisinfrastructuur instellingen in staat internationale activiteiten te ontplooien. In de uitvoering werken OCW en BZ samen met het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.’

5          U. Rosenthal, H. Zijlstra, Visie op internationaal cultuurbeleid, kamerbrief van de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Den Haag, 24 april 2012, p. 1.

6          Idem.

7          Vergelijk: E. Stam, J. de Jong, P. Fris, ‘Creative Industries. Heterogeneity and connection with regional firm entry’, Scientific Analysis of Entrepreneurship and SMEs, Ministry of Economic Affairs, Zoetermeer, 14 december 2007.

Vergelijk: Erik Stam, Jeroen de Jong, Gerard Marlet, ‘Creative Industries in the Netherlands: Structure, Development, Innovativeness and Effects on Urban Growth’, Geografiska Annaler: Series B, Human Geography, 90:2, juni 2008 , pp. 119-132.

Vergelijk: Noortje Urlings,  Nicole Braams, Onderzoeksrapportage creatieve industrie, Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag, 18 januari 2011.

Vergelijk: Noortje Urlings,  Nicole Braams, Creatieve industrie in Nederland. Creatieve beroepen, Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag, 2 maart 2011.

8          Volgens Stam et.al (2007, p. 9) zijn de vier classificaties van creatieve industrie: ‘arts, visual arts and performing arts; media and entertainment, film, radio, TV, press, and publishing; creative business services, technical design and advertising; knowledge intensive services, research consultancy and IT services.’

In Stam et.al (2007, p. 11) en Stam et.al. (2008, p. 122) staan de kenmerken van Creative Business Services (CBS) in een tabel opgesomd: ‘Dominant ideology: customer focus, functionality of products, applied creativity; Share of subsidies in total revenues: small; Main customers: large businesses; Production features: small-scale, labour-intensive, influence of business cycles, flexible assignments of employees; Output: tailor-made; Source of innovation for non-creative industries: frequently.’

Vergelijk ook het CBS rapport Monitor Topsectoren Uitkomsten eerste meting, 2012, p. 27: ‘[…] Creatieve zakelijke dienstverlening (o.a. mode, ontwerpers, architecten en reclamebureaus).’          

9          Op 17 juni 2012 heeft het topteam Creatieve Industrie het adviesrapport aangeboden aan toenmalig minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Voor meer informatie over de topsectoren aanpak kijk op http://www.rijksoverheid.nl/, geraadpleegd 4 januari 2013. Zie ook: http://www.top-sectoren.nl/creatieveindustrie, geraadpleegd 4 januari 2013.

10        Het DDFA-programma wordt mede gefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL & I), zie: Dutch DFA Jaarplan 2012, 20 december 2011, p.2: ‘The Dutch Design Fashion Architecture (DutchDFA) programme aims to strengthen the international position of Dutch design, fashion and architecture, by building long-lasting international partnerships, while addressing issues facing today’s world through design. The four-year strategic programme (2009-2012) takes place in a selection of focus countries (India, China, Germany and Turkey).’

11        Dymph van den Boom, ‘Een beetje moeilijker graag’, Rede ter gelegenheid van de 381ste dies natalis van de Universiteit van Amsterdam, dinsdag 8 januari 2013.

12        Ewald Engelen, ‘Top dit, top dat’, Follow The Money, donderdag 17 januari 2013.

13        Jan-Willem de Bruin, Manuel Buitenhuis, ‘Midden- en kleinbedrijf is de echte topsector’, NRC Handelsblad, vrijdag 18 januari 2013, p. 19

14        Harry Garretsen, Steven Brakman, ‘Het misleidende denken in top- en flopsectoren’, Me Judice, 4 december 2012.

15        Idem: ‘Het is voor een computerprogrammeur niet zozeer meer van belang dat zij in de chemie of de landbouw werkzaam is, maar simpelweg dat zij programmeur is. Als bedrijven hun software-afdeling verplaatsen naar India is de specifieke inhoud van een baan van doorslaggevende betekenis en niet zozeer de sector waarin de programmeur werkzaam is.’

16        Zie: http://www.top-sectoren.nl/hoofdkantoren, geraadpleegd 4 januari 2013. Kritiek op Sjoerd van Keulen, lid van het Topteam Hoofdkantoren komt bijvoorbeeld van Engelen (Follow The Money, donderdag, 17 januari 2013): ‘Zo vond ik tot mijn grote verrassing mijn eigen academische bankenkritiek terug bij de Topsector Hoofdkantoren die – oh ironie – onder leiding stond van diezelfde geniale bankier die SNS Reaal in 2006 had opgezadeld met de corrupte vastgoedboedel van ABN Amro, die momenteel zo prominent figureert in de onvolprezen VPRO-serie De ontmaskering van de vastgoedfraude.’

Maar ook van Bert Wagendorp in ‘Bankbestuurders met grote ideeën: bij ABN Amro zat er destijds ook zo eentje’, De Volkskrant, 2 februari 2013: ‘Vijf jaar geleden was de politicoloog Sjoerd van Keulen nog de ceo van SNS Reaal. Hij had het jaar ervoor de Bouwfonds vastgoedfinanciering overgenomen van ABN Amro, nadat hij SNS Reaal eerder al naar de beurs had gebracht. In 2007 gaf hij een interview aan Management Scope. SNS Reaal, zei hij, was de ‘Pietje Bell’ onder de banken en ging de wereld veroveren. Van Keulen vond het namelijk heel erg leuk “een idee om te vormen tot een product of resultaat”.’

17        Men zou zich bijvoorbeeld kunnen afvragen waarom destijds de Mondriaan Stichting (thans Mondriaan Fonds), die kunstinitiatieven met Nederlands overheidsgeld ondersteunt, in 2009 en 2010 eigenlijk mede de publicaties van de Vereniging Bedrijfscollecties Nederland (VBCN) heeft gefinancierd? Want als de hierop aangesloten bedrijven geld hebben voor een kunstverzameling is het toch ook aannemelijk dat ze niet krom hoeven te liggen voor een gezamenlijke publicatie? Zie: S. Kamstra, J. Barendregt (red.), Bedrijfscollecties in Nederland, Rotterdam 2009; S. Kamstra (red.), Verslag Symposium Bedrijfscollecties in Nederland, Alkmaar 2010.

18        Zie: http://www.blender.org/, geraadpleegd 4 januari 2013.

19        In de kamerbrief Meer dan Kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid van 10 juni 2011 is culturele diplomatie geformuleerd als een van de vier doelen van het ICB voor de periode 2013-2016. Deze vier doelen zijn: ‘Een internationaal niveau van de internationale topinstellingen, door gerichte keuzes binnen de culturele basisinfrastructuur; het blijven versterken van de internationale marktpositie van Nederlandse kunstenaars en instellingen; het blijven versterken van het Nederlands economische belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken; Culturele diplomatie: kunst en cultuur benutten voor buitenlandse betrekkingen.’ H. Zijlstra, Meer dan Kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid, kamerbrief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Den Haag, 10 juni 2011.

20        Marietje Schaake, Culturele diplomatie: wereldwijd de Europese cultuur en waarden verspreiden, nieuwsbericht van het Europees Parlement, 7 december 2010.

21        Bas Heijne, ‘Boycot’, NRC Handelsblad, 2 februari 2013.

22        Vergelijk: Noam Cohen, ‘Al Jazeera provides an inside look at Gaza conflict’, The New York Times, 1 januari 2009.

Vergelijk: Fred Benenson, ‘Al Jazeera Launches Creative Commons Repository’, Creative Commons, 13 januari 2009. Zie: http://creativecommons.org/weblog/entry/12049, geraadpleegd 4 januari 2013.

23        Benenson, 13 januari 2009: ‘More importantly, the permissive CC-BY license means that the footage can be used by anyone including, rival broadcasters, documentary makers, and bloggers, so long as Al Jazeera is credited.’

24        Donatella Della Ratta, ‘Syria Deeply: CC-Licensed News Aggregator’, Creative Commons, 21 december 2012. Zie: http://creativecommons.org/tag/syria-deeply, geraadpleegd 4 januari 2013.

25        Vergelijk: Donatella Della Ratta, Syria: Art, creative resistance and active citizenship’, ArtsFreedom.org, oktober 2012. 

Vergelijk: Neil MacFarquhar, ‘In Protests, Syrians Find the Spark of Creativity’, The New York Times, 19 december 2011.

Vergelijk: Donatella Della Ratta, ‘Creative resistance challenges Syria’s regime’, Al Jazeera, 25 december 2011.

26        Donatella Della Ratta, 25 december 2011.

27        Scott Kildall, Nathaniel Stern schrijven op http://wikipediaart.org/, geraadpleegd 4 januari 2013: ‘Wikipedia Art, we asserted at its creation, may start as an intervention, turn into an object, die and be resurrected, etc, through a creative pattern / feedback loop of publish-cite-transform that we called “performative citations.”’

28        Zie: http://wikipediaart.org/legal-history/, geraadpleegd 4 januari 2013.

29        Bruce Sterling, ‘The Internet Pavilion at the Venice Biennale’, Wired, 30 mei 2009.

30        In de open call staat: ‘Scott Kildall and Nathaniel Stern invite you to re-mix the Wikipedia Art project as part of Padiglione Internet (the Internet Pavilion) for the Venice Biennale. The ongoing and collaborative intervention seeks to find temporary, international homes with its Wikipedia Art Embassy. The original progenitors of Wikipedia Art are offering up the project for public remix – including all text, the logo and even the name itself – under a Creative Commons license (CC-by).’ Zie: http://wikipediaart.org/remixes/, geraadpleegd 4 januari 2013. Kunstenaars die een remix van Wikipedia Art hebben gemaakt zijn onder andere: underground art-errorist a.k.a. para-performative artist-historian L.C. von Sukmeister met het videowerk Banned Wikipedia Art Attempts to Intervene with Banned Airlines into Art Venues in Vienna (2009), qi peng met een ‘Wikipedia Art baseball card’, Kent Watson met het videowerk Wikipedia Art (2009), Michael Szpakowski met de mini-opera The Village Pump (2009), Paul Wehage met het muziekstuk Wikipedia Art Remixed (2009), en Gregory Kohs met een remix plus voice-over van dit muziekstuk getiteld Wikipedia Art – A Musical Manifesto (2009).

31        Zie: http://www.transmediale.de/en/awards2011, geraadpleegd 4 januari 2013.

32        Het ICB kent de volgende prioriteitslanden: Duitsland, België, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, Italië, Spanje, Brazilië, Turkije, Rusland, China, India, Zuid-Afrika, Indonesië en Japan.

Advertisements
1 comment
  1. Kordotium said:

    Zeer interessant artikel!

    En nog steeds relevant – misschien een idee om het op een geschikt moment aan te bieden aan bv een landelijk dagblad?
    Misschien sowieso interessant om het op te sturen aan CLICK.NL

Bring ur own Sh#t

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: